Begrijpend lezen

Referentieniveau Lezen: Zakelijke teksten - Taakuitvoering (begrijpen en interpreteren)


1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan de letterlijke betekenis van een tekst begrijpen. Kan leesstrategieën hanteren: afhankelijk van het leesdoel bijvoorbeeld globaal of selectief lezen.

 

 

 

 

 

Kan informatie en meningen interpreteren, voor zover deze dicht bij de leerlingen staan.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
Kan hoofdgedachte van een tekst weergeven. Kan onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. Kan relaties leggen tussen tekstdelen (inleiding, kern, slot) en teksten. Ordent informatie (bijv. m.b.v. signaalwoorden) voor een beter begrip. Herkent beeldspraak (letterlijk en figuurlijk taalgebruik).

 

+ Legt relaties tussen tekstuele informatie en meer algemene kennis. Kan bedoeling van tekstdelen en/of specifieke formuleringen duiden. Kan bedoeling van de schrijver verwoorden.

Leerlijn Begrijpend lezen

Begrijpend lezen is de verbanden tussen woorden en zinnen in geschreven taal kunnen zien en begrijpen. Een actief, probleemoplossend proces: de leerling achterhaalt tijdens het lezen de betekenis van taal. In de middenbouw is belangrijk dat kinderen leren hoe ze een zakelijke tekst (met informatie, uitleg of een mening) moeten ‘aanpakken’ door leesstrategieën toe te passen. Bijvoorbeeld: het onderwerp bepalen aan de hand van titel of illustraties en hun eigen voorkennis of de betekenis van een moeilijk woord afleiden uit de context. Hoe groter woordenschat en kennis van taal en de wereld, hoe beter begrijpend lezen gaat.

 

Tussendoelen Begrijpend lezen

De leerlingen lezen eenvoudige teksten met begrip en voeren daarbij de volgende leesstrategieën uit. Ze:

  1. bepalen het thema van een tekst en activeren hun eigen kennis over het thema
  2. koppelen verwijswoorden aan antecedenten (‘ze’ verwijst bijvoorbeeld naar ‘de mensen’)
  3. lossen het probleem van een moeilijke zin (of zinnen) op
  4. voorspellen de volgende informatie in een tekst
  5. leiden informatie af uit een tekst.

 

Begrijpend lezen stimuleren in de praktijk

Woordveld

Maak voor het lezen van de tekst een woordveld met de kinderen. Een woordveld helpt bij het organiseren van informatie uit de tekst en het onderverdelen in diverse categorieën. Schrijf het kernwoord midden op het bord en laat de kinderen opnoemen wat ze al van het onderwerp weten. Orden de kennis van de kinderen in het woordveld.

Als de kinderen niets meer toe te voegen hebben aan het woordveld, lezen ze de tekst. Doe deze activiteit vooraf, zodat het nadenken tijdens het lezen wordt bevorderd. Na het lezen van de tekst proberen de kinderen uit hun hoofd het woordveld zo volledig mogelijk in te vullen. Bij meningsverschillen zetten ze vraagtekens in het woordveld. Herlees alinea's die onduidelijkheden kunnen ophelderen en verander of breid het woordveld waar nodig uit.

 

Discussie

Discussier met een kleine groep kinderen over de betekenis van verschillende alinea’s of delen van de tekst. De ene keer leidt de leerkracht het gesprek, de andere keer één van de kinderen. Tijdens het gesprek leren de kinderen de volgende vier leesstrategieën uit te voeren: vragen stellen, woorden of zinnen verduidelijken, samenvatten en voorspellen. Deze strategieën bevorderen het tekstbegrip en geven de lezer tegelijkertijd de mogelijkheid om dat begrip te controleren en te bewaken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)