Reflectie op taal

Referentieniveau Mondelinge taalvaardigheid: Spreken - Algemene beschrijving


1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan eenvoudige gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen in het dagelijks leven en buiten school.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
Kan in gesprekken over alledaagse en niet alledaagse onderwerpen uit leefwereld en (beroeps)opleiding uiting geven aan persoonlijke meningen, kan informatie uitwisselen en gevoelens onder woorden brengen.

Leerlijn Reflectie op taal

Bij reflectie op taal gaat het niet om de inhoud, maar om de grammaticale vorm van teksten, verhalen, zinnen, woorden en klanken. Als kinderen zich in de onderbouw bewust worden van de vorm van taal, heeft dit een positieve invloed op hun spreekvaardigheid.
Inzicht in de opbouw van een zin (bijvoorbeeld: ‘hij lacht niet’ is goed, maar ‘hij niet lacht’ is fout) helpt om een zin correct te formuleren. En het bewustzijn van de relatie tussen klanken (fonemen) en letters (grafemen) is de basis voor het goed uitspreken van woorden.
Door af en toe met afstand naar taal te kijken, leren kinderen taal objectiveren. Zo leren ze bijvoorbeeld taalgrapjes begrijpen en zien ze in dat woordvorm en –betekenis twee verschillende dingen zijn. Een kabouter is bijvoorbeeld niet langer dan een reus, terwijl het woord ‘kabouter’ wel langer is dan het woord ‘reus’.

 

Tussendoelen Reflectie op taal

De leerlingen:

  1. reflecteren op taalgebruik in de groep
  2. leren taal te objectiveren (bijvoorbeeld in taalgrapjes)
  3. leren onderscheid maken tussen vorm en betekenis van woorden
  4. ontwikkelen een fonologisch bewustzijn
  5. ontwikkelen een fonemisch bewustzijn.

 

Reflectie op taal stimuleren in de praktijk

Reflecteren op taal - interactief voorlezen
Stimuleer kinderen om tijdens en na het interactief voorlezen te reflecteren op taal. Literaire prentenboeken lenen zich hiervoor goed, omdat het taalgebruik in deze boeken vaak rijk is wat betreft woordenschat, zinsconstructies en figuurlijk taalgebruik. Ga bijvoorbeeld in op zinnen als ‘Willem is een echte brombeer.’.
Is Willem een beer? Hij is toch een man? Wat betekent brombeer hier?


Reflecteren op taal - rijm, ritme, gedichten
Stimuleer het fonologisch bewustzijn van kinderen door hen gevoelig te maken voor het specifieke taalgebruik in versjes, rijmpjes en liedjes. Door samen met kinderen liedjes te zingen en versjes en rijmpjes op te zeggen, leren ze de poëtische kenmerken en melodische aspecten van taal kennen. Ook gedichten lenen zich hier goed voor. In een gedicht wordt niet alleen op een bijzondere manier gebruik gemaakt van de ritmiek van taal, maar wordt ook uitdrukking gegeven aan gedachten, gevoelens, ervaringen en impressies van taal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)