Strategisch schrijven

Referentieniveau Schrijven - Taken en taakuitvoering


1F (minimumniveau eind groep 8)

 

Correspondentie
Kan een briefje, kaart of e-mail schrijven om informatie te vragen, iemand te bedanken, te feliciteren, uit te nodigen e.d.

 

 

 

 

Formulieren invullen, berichten, advertenties en aantekeningen
Kan een kort bericht, een boodschap met eenvoudige informatie schrijven. Kan eenvoudige standaardformulieren invullen. Kan aantekeningen maken en overzichtelijk weergeven.

 

 

 

 

Verslagen, werkstukken, samenvattingen, artikelen
Kan een verslag of een werkstuk schrijven en daarbij stukjes informatie uit verscheidene bronnen samenvatten.

 

 

 

 

 

Vrij schrijven
Kan eigen ideeën, ervaringen, gebeurtenissen en fantasieën opschrijven in een verhaal, in een informatieve tekst of in een gedicht.

 

Samenhang
De informatie is zodanig geordend dat de lezer de gedachtegang gemakkelijk kan volgen en het schrijfdoel bereikt wordt. De meeste bekende voegwoorden (en, maar, want, omdat) zijn correct gebruikt, met andere voegwoorden komen nog fouten voor. Fouten met verwijswoorden komen voor. Samenhang in de tekst en binnen samengestelde zinnen is niet altijd duidelijk.

 

Woordgebruik en woordenschat
Gebruikt voornamelijk frequent voorkomende woorden.

 


Spelling, interpunctie en grammatica
Beheerst de werkwoordspelling en de spelling van andere woordsoorten zonder spellingsmoeilijkheid.
Beheerst de juiste toepassing van hoofdletters, punten, vraagtekens, uitroeptekens, aanhalingstekens en afbreekregels.

1S/2F (streefniveau eind groep 8)

 

Correspondentie
Kan e-mails of informele brieven schrijven en daarbij meningen of gevoelens uitdrukken. Kan met behulp van standaardformuleringen eenvoudige zakelijke brieven produceren en schriftelijke verzoeken opstellen.

 

Formulieren invullen, berichten, advertenties en aantekeningen
Kan notities, berichten en instructies schrijven waarin eenvoudige informatie van onmiddellijke relevantie voor vrienden, docenten en anderen wordt overgebracht. Kan een advertentie opstellen om bijvoorbeeld spullen te verkopen. Kan aantekeningen maken tijdens een uitleg of les.

 

Verslagen, werkstukken, samenvattingen, artikelen
Kan verslagen en werkstukken schrijven met behulp van een stramien en daarbij informatie uit verscheidene bronnen samenvoegen. Kan onderhoudende teksten schrijven en overtuigen met argumenten. Kan een collage, een krant of muurkrant maken.

 

Vrij schrijven
Kan eigen ideeën, ervaringen, gebeurtenissen en fantasieën opschrijven in een verhaal, in een informatieve tekst of in een gedicht.

 

Samenhang
Gebruikt veel voorkomende verbindingswoorden (als, hoewel) correct. De tekst bevat een volgorde; inleiding, kern en slot. Kan alinea’s maken en inhoudelijke verbanden expliciet aangeven. Maakt soms nog onduidelijke verwijzingen en fouten in de structuur van de tekst.

 

 

 

 

Woordgebruik en woordenschat
Varieert het woordgebruik, fouten met idiomatische uitdrukkingen komen nog voor.

 

Spelling, interpunctie en grammatica
+ Beheerst de werkwoordspelling (zwakke werkwoorden) en de spelling van andere woordsoorten met spellingsmoeilijkheid.
+ Beheerst de juiste toepassing van hoofdletters bij eigennamen en directe rede.


Leerlijn Strategisch schrijven

Teksten van kinderen uit groep 4 en 5 vertonen nog veel kenmerken van spreektaal. Ze rijgen nog veel zinnen aan elkaar (en toen, en toen) en gaan improviserend en associatief te werk. In de loop van de middenbouw gaan kinderen steeds strategischer te werk. Ze leren het onderwerp van de tekst die ze willen schrijven vaststellen. Ook worden ze zich bewuster van het schrijfdoel en de lezers. Steeds vaker raadplegen ze informatiebronnen bij het schrijven. In het onderwijs is er ook steeds meer aandacht voor het schrijfproces. Een uitdaging voor het onderwijs in de middenbouw is het ontwikkelen van schrijfdurf en schrijfplezier van de kinderen.

 

Tussendoelen Strategisch schrijven

De leerlingen:

  1. schrijven korte teksten, zoals antwoorden op vragen, berichten en afspraken en langere teksten, zoals verhalende en informatieve teksten
  2. kennen kenmerken van verhalende, informatieve, directieve, beschouwende en argumentatieve teksten
  3. durven te schrijven en hebben er plezier in
  4. stellen het onderwerp vast en zijn zich bewust van het schrijfdoel en het lezerspubliek
  5. verzamelen informatie uit enkele bronnen die beschikbaar zijn
  6. ordenen de gevonden informatie in de tijd
  7. kiezen de geschikte woorden en formuleren hun gedachten en gevoelens in enkelvoudige zinnen
  8. schrijven korte teksten met de juiste spelling en interpunctie
  9. lezen hun geschreven tekst na en reviseren die met hulp van anderen
  10. kunnen opmerkingen maken bij hun eigen teksten.

 

Strategisch schrijven stimuleren in de praktijk

Verhalen uitbreiden
Kinderen schrijven in groepjes een uitbreiding bij een prentenboek of voorleesverhaal. Ze maken het verhaal op een andere manier af, bijvoorbeeld door een eng of leuk vervolg op het verhaal te schrijven. Ter voorbereiding maken kinderen een woordspin, waarin de nieuwe woorden uit het verhaal zijn opgenomen. Geef één kind uit het groepje de taak om er voor te zorgen dat enkele van deze woorden ook tijdens het schrijven gebruikt worden. Na afloop presenteert elk groepje hun uitbreiding van het verhaal aan de rest van de klas.
 
Fotoverslag
Kinderen maken een verslag van een uitstapje aan de hand van gemaakte foto’s. Bespreek de foto’s in de kring en verdeel ze over tweetallen. Kinderen formuleren samen enkele zinnen bij de foto. Ze schrijven op wat er op de foto gebeurt of te zien is en wat ze ervan vinden. Hang de foto’s met het verslag op in de klas of maak er een (muur)krant of album van.

Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)