Begrijpend luisteren

Referentieniveau Mondelinge taalvaardigheid: Luisteren - Algemene beschrijving, tekstkenmerken en taakuitvoering


1F (minimumniveau eind groep 8) Kan luisteren naar eenvoudige teksten over alledaagse, concrete onderwerpen of over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling.

De teksten hebben een eenvoudige structuur. De informatie is herkenbaar geordend, met een duidelijk gebruik van verwijs-, verbindings- en signaalwoorden. De teksten hebben een lage informatiedichtheid doordat bijvoorbeeld informatie vaak herhaald wordt. Er wordt niet te veel (nieuwe) informatie gelijktijdig geïntroduceerd.

Luisteren als lid van een live publiek
Kan de hoofdlijn begrijpen van korte, informatieve, instructieve en betogende teksten met een duidelijke structuur en voldoende herhaling.
Kan een eenvoudig, voorgelezen of verteld verhaal begrijpen.

Luisteren naar radio en tv en naar gesproken tekst op internet
Kan hoofdpunten van korte en duidelijke berichten op radio en tv en via internet begrijpen als onderwerp en context bekend zijn.
Kan selectief luisteren om de benodigde informatie te halen, zoals openingstijden, adres, telefoonnummer, uit korte berichten op bijvoorbeeld een telefoonbeantwoorder.

Begrijpen
Kan hoofdzaken uit de tekst halen. Kan via selectie belangrijke informatie uit de tekst halen en kan de manier van luisteren daarop afstemmen (bijvoorbeeld globaal, precies, selectief/gericht).











Interpreteren
Kan informatie en meningen interpreteren voor zover deze dichtbij de leerling staan.
Kan relaties leggen tussen tekstuele informatie en eigen kennis en ervaringen.

Evalueren
Kan een oordeel over een tekst(deel) of tv- of radioprogramma (of fragment ervan) verwoorden.



Samenvatten
Kan aantekeningen maken.
Kan de informatie gestructureerd weergeven.
1S/2F (streefniveau eind groep 8) Kan luisteren naar teksten over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling of die verder van de leerling afstaan.

De teksten hebben een heldere structuur. Verbanden en denkstappen worden duidelijk aangegeven. De teksten kunnen redelijk informatiedicht zijn.







Luisteren als lid van een live publiek
Kan een helder gestructureerde voordracht, toespraak of les begrijpen over vertrouwde onderwerpen binnen het eigen vak- of interessegebied.
Kan een voorgelezen of verteld verhaal begrijpen.

Luisteren naar radio en tv en naar gesproken tekst op internet
Kan de hoofdpunten begrijpen van (nieuws)berichten, documentaires, reclameboodschappen en discussieprogramma’s over vertrouwde onderwerpen.
Kan films en tv-series geschikt voor zijn leeftijd volgen.




Begrijpen
Kan de hoofdgedachte van de tekst weergeven.
Kan onderscheid tussen hoofd- en bijzaken maken.
Kan relaties tussen tekstdelen leggen.
Kan informatie ordenen (bijvoorbeeld op basis van signaalwoorden) voor een beter begrip.
Kan wanneer nodig de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de vorm, woordsoort, samenstelling of context.
Kan beeldspraak herkennen.
Kan een relatie leggen tussen tekst en beeld.

Interpreteren
Kan informatie en meningen interpreteren.
Kan de bedoeling van de spreker(s) of het doel van de makers van een programma verwoorden.


Evalueren
Kan een oordeel over de waarde van een tekst(deel) of tv- of radioprogramma (of fragment ervan) verwoorden voor zichzelf en kan dit oordeel toelichten.

Samenvatten
Kan een eenvoudige tekst beknopt samenvatten (voor zichzelf).

Leerlijn Begrijpend luisteren

Met begrijpend luisteren verbreden kinderen door actief en doelgericht luisteren naar een verhaal of informatieve presentatie hun kennis van de wereld en leren ze nieuwe woorden. Aansluiten bij de leefwereld en interesse van het kind verhoogt hun concentratie en motivatie.
In de bovenbouw is het belangrijk dat kinderen leren luisterstrategieën toe te passen en een kritische luisterhouding ontwikkelen. Bij het luisteren maken ze gebruik van hun kennis over de structuur van de voordracht en stemmen hun luistergedrag af op hun luisterdoel.
Ze zijn in staat om feiten en meningen van elkaar te onderscheiden. Ze kunnen de hoofdgedachte uit een verhaal of presentatie halen en informatie selecteren die ze nodig hebben. Ook weten ze het doel van de spreker te benoemen, bijvoorbeeld vermaken, informeren of overtuigen. Verder ontwikkelen ze een kritische houding tegenover de media (tv, internet, radio) als informatiebron en zijn ze zich bewust van hun invloed op het dagelijks leven.

 

Tussendoelen Begrijpend luisteren

De leerlingen:

  1. kunnen kritisch luisteren naar mondelinge informatie
  2. maken onderscheid tussen feiten en meningen
  3. kunnen informatie uit diverse media selecteren
  4. leggen verbanden tussen kennis uit diverse media
  5. zijn zich bewust van de impact van media in het dagelijks leven.

 

Begrijpend luisteren in de praktijk

Luisterstrategieën

Voor, tijdens en na het luisteren naar een tekst past de luisteraar verschillende luisterstrategieën toe:

  • Luisterdoel bepalen: Wat wil ik weten?
  • Voorkennis activeren: Wat weet ik er al van?
  • Verbanden en relaties in de tekst afleiden: wie-wat-waarom-vragen.
  • De hoofdgedachte vinden: Welk idee staat in de tekst centraal?
  • Samenvatten: Kun je kort vertellen waar de tekst over gaat?
  • De tekst op zijn waarde beoordelen: Wat vind je van deze tekst?
  • Reflecteren op het luisterproces: Weet je nu wat je wilde weten?


Maak kinderen bewust van deze strategieën en leer ze aan door directe instructie. Leg uit wanneer, hoe en waarom je bepaalde strategieën in kunt zetten. Doe hardop denkend voor hoe je luisterstrategieën toepast. Stel hardop vragen over de luistertekst en beantwoord ze vervolgens zelf. Laat kinderen tot slot in kleine groepjes van gedachten wisselen over een luistertekst en verwoorden hoe ze strategieën hebben toegepast.

Educatieve programma’s
Educatieve televisieprogramma’s nemen in het onderwijs een steeds belangrijker plaats in. Bij het kijken naar dergelijke programma’s moeten kinderen hun aandacht gedurende langere tijd op een bepaald onderwerp richten.
Ondersteun kinderen hierbij door het programma grondig voor te bespreken. Onderbreek het programma af en toe voor aanvullende uitleg en spreek na afloop de inhoud na. Laat kinderen bijvoorbeeld de hoofdgedachte van het programma verwoorden en ga in op luisterstrategieën om de hoofdgedachte af te leiden. Stel procesgerichte vragen zoals Hoe heb je dit antwoord gevonden? Wie heeft er een ander antwoord? Wie heeft het op een andere manier gedaan? 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)