Begrijpend luisteren

Referentieniveau Mondelinge taalvaardigheid: Luisteren - Algemene beschrijving, tekstkenmerken en taakuitvoering


1F (minimumniveau eind groep 8)
  • Kan luisteren naar eenvoudige teksten (luisterduur 5 tot 10 minuten) over alledaagse, concrete onderwerpen of over onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling.



  • Kan de hoofdlijn begrijpen van korte, informatieve, instructieve en betogende teksten met een duidelijke structuur en voldoende herhaling.
    Kan een eenvoudig, voorgelezen of verteld verhaal begrijpen.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
  • Kan luisteren naar teksten (luisterduur tot 20 minuten, langer alleen als er mogelijkheid is tot interactie) over alledaagse onderwerpen, onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van de leerling of die verder van de leerling afstaan.

  • Kan een helder gestructureerde voordracht, toespraak of les begrijpen over vertrouwde onderwerpen binnen het eigen vak- of interessegebied.
    Kan een voorgelezen of verteld verhaal begrijpen.

Leerlijn Begrijpend luisteren

Met begrijpend luisteren verbreden kinderen door actief en doelgericht te luisteren naar een verhaal of informatieve presentatie hun kennis van de wereld en leren ze nieuwe woorden. In hoeverre het kind de informatie of het verhaal begrijpt, hangt af van zijn motivatie, bekwaamheden, kennis en ervaring. Aansluiten bij de leefwereld en interesse van het kind verhoogt zijn concentratie en motivatie.
Luisteren naar verhalen is belangrijk om de opbouw van verhalen te leren doorgronden. Een informatieve presentatie leert kinderen belangrijke van minder belangrijke informatie te scheiden.
In de onderbouw is lang achter elkaar luisteren nog moeilijk. Kinderen reageren het liefst tussendoor en komen met eigen ervaringen. Interactief voorlezen is daarom bij uitstek een geschikte activiteit in de onderbouw. Gaandeweg de onderbouw leren ze steeds beter de grote lijn van een verhaal of presentatie vast te houden, zich concentreren en belangrijke informatie onthouden. Door veel verhalen te horen leren ze voorspellingen te doen over het vervolg van een verhaal.

 

Tussendoelen Begrijpend luisteren

De leerlingen:

  1. kunnen hun aandacht richten en gedurende langere tijd vasthouden
  2. hebben een positieve luisterhouding
  3. begrijpen een (voorgelezen) verhaal of een informatieve tekst
  4. kunnen belangrijke en minder belangrijke informatie onderscheiden
  5. kunnen voorspellingen doen en deze al luisterend bijstellen

 

Begrijpend luisteren stimuleren in de praktijk

Luistervragen stellen
Lees een prentenboek voor in een klein heterogeen groepje. Verken het boek, blader er doorheen en voorspel samen waar het verhaal over gaat. Bereid kinderen voor op het luisteren door een luistervraag te stellen, bijvoorbeeld Welke dieren komt Haas tegen in het bos? Schrijf de vraag op, eventueel aangevuld met kleine tekeningen. Geef tijdens het voorlezen kinderen regelmatig de ruimte om te reageren op het verhaal en de plaatjes. Controleer na afloop de voorspellingen en kom terug op de luistervraag. Schrijf de antwoorden van de kinderen op.

Herhaald voorlezen
Lees hetzelfde boek meerdere keren voor, afwisselend in de grote en de kleine kring. Kinderen krijgen door herhaald voorlezen meer inzicht in de verhaalstructuur, de verbanden, het probleem en de gebeurtenissen. Bovendien vinden de meeste kinderen deze herhaling prettig. Vooral voor kinderen met weinig lees- en luisterervaring en voor minder taalvaardige leerlingen is herhaald lezen een doeltreffende activiteit. Laat kinderen na afloop het verhaal navertellen om te polsen of ze het verhaal hebben begrepen.

Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)