Leeswoordenschat

Referentieniveau Lezen: Zakelijke teksten - Kenmerken taakuitvoering (techniek en woordenschat)


1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan teksten zodanig vloeiend lezen, dat woordherkenning tekstbegrip niet in de weg staat. Kent de meest alledaagse (frequente) woorden, of kan de betekenis van een enkel onbekend woord uit de context afleiden.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
+ Kan teksten vloeiend lezen. Woordenschat is voldoende om teksten te lezen. Kan betekenis onbekende woorden afleiden uit vorm, samenstelling of context.

Leerlijn Leeswoordenschat

De leeswoordenschat is de woordenschat die kinderen opbouwen in geschreven taal. Deze is belangrijk bij alle vakken op school. Hoe groter de mondelinge woordenschat en de technische leesvaardigheid, hoe makkelijker de leeswoordenschat groeit. In de middenbouw leren kinderen vooral nieuwe woordbetekenissen. Ook leren ze strategieën voor het onthouden en afleiden van betekenissen uit de context.

In groep 4 gaat het vooral om de uitbreiding van bekende woorden (duim, duimpje – lopen, liep). In groep 5 krijgen kinderen meer inzicht in de betekenis van relaties tussen woorden (duimen komt van duim – duim, pink, middelvinger etc. – bloedende duim, je bezeren, pleister etc.).

 

Tussendoelen Leeswoordenschat

De leerlingen:

  1. breiden hun conceptuele netwerken uit, zodat diepe woordbetekenissen ontstaan
  2. maken onderscheid tussen vorm- en betekenisaspecten van woorden
  3. kunnen eenvoudig figuratief taalgebruik interpreteren
  4. zijn in staat strategieën toe te passen voor het afleiden van de betekenis van woorden uit de tekst
  5. zijn in staat strategieën toe te passen voor het onthouden van nieuwe woorden.

 

Leeswoordenschat stimuleren in de praktijk

Woordmuur

Houd gedurende het thema samen met de kinderen een woordmuur bij. Schrijf op grote vellen papier moeilijke themawoorden op. Hang er zo mogelijk ook verklarende tekeningen of foto's bij. Naast een thema-woordmuur kun je ook een algemene woordmuur ontwikkelen. Hierop komen de woorden te hangen die wel belangrijk zijn, maar niet speciaal bij een thema horen. Deze algemene woordmuur kan langere tijd in de klas blijven hangen. Bespreek elke dag enkele woorden van de woordmuur.

 

Woordveld

Maak voorafgaand aan het lezen van een tekst een woordveld over het onderwerp van de tekst. Met een woordveld organiseren kinderen informatie over een woord en verdelen deze onder in categorieën. Onderliggende relaties tussen woorden maak je met het woordveld zichtbaar. Vul na het lezen van de tekst het woordveld aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)