Relaties tussen gesproken en geschreven taal

Referentieniveau Lezen: Fictieteksten - Algemene beschrijving en tekstkenmerken


1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan jeugdliteratuur met een eenvoudige structuur belevend lezen. Spannende of dramatische gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
+ adolescentenliteratuur. De verhaalstructuur is helder, de spanning in de dramatische lijn wordt onderbroken door gedachten en beschrijvingen. Poëzie en liedjes hebben bij voorkeur een verhalende inhoud en emotionele lading.

Leerlijn Relatie tussen gesproken en geschreven taal

Op weg naar technisch lezen in groep 3 is het van belang dat kleuters inzien dat er een verband is tussen de functies van geschreven en gesproken taal. Ze begrijpen dat je de woorden die je hoort ook op kunt schrijven en dat je woorden die geschreven of gedrukt staan ook kunt lezen. Globale woorden en woordbeelden leren ze lezen (eigen naam, andere namen, aanduidingen van een voorwerp, een merknaam of logo).

 

Tussendoelen Relatie tussen gesproken en geschreven taal

De leerlingen:

  1. weten dat gesproken woorden kunnen worden vastgelegd, op papier en met audio/visuele middelen
  2. weten dat geschreven woorden kunnen worden uitgesproken
  3. kunnen woorden als globale eenheden lezen en schrijven. Voorbeelden: de eigen naam en namen van voor het kind belangrijke personen/dingen, logo’s en merknamen.

 

Relatie tussen gesproken en geschreven taal stimuleren in de praktijk

Digitale prentenboeken

Met een digitaal prentenboek kunnen kinderen het al eerder voorgelezen prentenboek nog een keer zelfstandig lezen. De kinderen lezen tijdens het beluisteren van het boek met de tekst mee, bekijken de plaatjes en klikken op woorden. Door het uitgesproken woord op te laten lichten of te laten onderstrepen tijdens het lezen, wordt de relatie tussen gesproken en geschreven taal nog duidelijker.

 

Woorden, labels en pictogrammen

Label in de klas verschillende voorwerpen met woordkaartjes of verduidelijk deze door pictogrammen. Denk aan de kasten en dozen waarin materialen worden opgeborgen, de verschillende hoeken in de klas (huishoek, leeshoek, ziekenhuishoek) of de verzamelde spullen van de thematafel. Door dit samen met de kinderen te doen, zien ze dat gesproken woorden kunnen worden vastgelegd en dat geschreven woorden kunnen worden uitgesproken.

Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)