Gesprekken, groep 1-3

De meeste kleuters die naar de basisschool gaan, zijn al geoefende praters. Ze hebben een aardige woordenschat, kunnen een vraag stellen, met klasgenootjes communiceren en iets vertellen.
Wat hun gespreksvaardigheid betreft hebben ze in de onderbouw veel te leren. Voor jonge kinderen is het nog moeilijk om doelgericht aan een gesprek mee te doen en daarbij ook te letten op andere deelnemers aan het gesprek. Daarom worden in de onderbouw veel gesprekken gevoerd in de grote of kleine kring. Kinderen leren initiatieven nemen, betrokken te zijn als spreker en luisteraar, hun gedachten verwoorden en rekening te houden met gesprekspartners.

 

Referentieniveau Mondelinge taalvaardigheid: Gesprekken - Algemene beschrijving


1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan eenvoudige gesprekken voeren over vertrouwde onderwerpen in het dagelijks leven en buiten school.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
Kan in gesprekken over alledaagse en niet alledaagse onderwerpen uit leefwereld en (beroeps)opleiding uiting geven aan persoonlijke meningen, kan informatie uitwisselen en gevoelens onder woorden brengen.

 

Leerlijnen taal basisonderwijs: Mondelinge communicatie


Groep 1-3
Deelnemen aan gesprekken
Interactief leren
Taalgebruik
Woordenschat
Begrijpend luisteren
Vertellen en presenteren
Reflectie op communicatie
Reflectie op taal

Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)