Boekoriëntatie

Referentieniveau Lezen: Fictieteksten - Algemene beschrijving en tekstkenmerken


1F (minimumniveau eind groep 8)
Kan jeugdliteratuur met een eenvoudige structuur belevend lezen. Spannende of dramatische gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op.
1S/2F (streefniveau eind groep 8)
+ adolescentenliteratuur. De verhaalstructuur is helder, de spanning in de dramatische lijn wordt onderbroken door gedachten en beschrijvingen. Poëzie en liedjes hebben bij voorkeur een verhalende inhoud en emotionele lading.

Leerlijn Boekoriëntatie

In de onderbouw worden kinderen veel voorgelezen en leren ze zelf omgaan met boeken. Daardoor raken ze vertrouwd met verhalen, boeken en de taal die in boeken wordt gebruikt. Ze leren hoe een boek fysiek in elkaar zit (voor- en achterkant, rug, titel, bladzijden, tekst, illustraties, leesrichting van links naar rechts). Ook leren ze begrijpen dat de schrijver van het verhaal altijd een bedoeling heeft en dat de illustraties in een boek personen, voorwerpen en gebeurtenissen voorstellen. Door interactie met de leerkracht en met medeleerlingen over een boek raken ze steeds meer thuis in de opbouw en bedoeling van een verhaal.

 

Tussendoelen Boekoriëntatie

De leerlingen:

  1. begrijpen dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen
  2. weten dat boeken worden gelezen van voor naar achter, bladzijden van boven naar beneden en regels van links naar rechts
  3. weten dat verhalen een opbouw hebben
  4. kunnen aan de hand van de omslag van het boek de inhoud van het boek al enigszins voorspellen
  5. weten dat je vragen over een boek kunt stellen. Deze vragen helpen je om goed naar het verhaal te luisteren en te letten op de illustraties

 

Boekoriëntatie stimuleren in de praktijk

Introductie verhalend prentenboek

Zorg voor een pakkende introductie van het prentenboek en prikkel de nieuwsgierigheid van de kinderen. Maak bijvoorbeeld het thema van het boek levensecht door te acteren of gebruik aansprekende materialen die te maken hebben met het verhaal. Bied bij de introductie al enkele kernwoorden aan. Bekijk vervolgens uitgebreid de omslag van het boek en blader door het boek heen. Laat kinderen op basis van de titel en de illustraties voorspellen waar het verhaal over zal gaan.

 

Luistervraag

Stel een luistervraag voorafgaand aan het voorlezen van een prentenboek. Met een luistervraag richt je de aandacht van de leerlingen nadrukkelijk op de inhoud van het boek. Een voorbeeld van een luistervraag is: Hoe voelt Kikker zich in het begin en aan het eind van het verhaal? Kom na het lezen terug op de vraag, bespreek de antwoorden en schrijf ze op.

Contact

Proclaimer

Colofon

Copyright EN. Alle rechten voorbehouden

 


© 2010 Expertisecentrum Nederlands

Toernooiveld 210

6525 EC Nijmegen

(Campus Radboud Universiteit Nijmegen)